<% ' Cookiewaarde ophalen Dim letterGrootte lettergrootte = Request.Cookies("lettergrootte") ' Stijlblad definieren ' Groter/kleiner bepalen Dim css Dim groter Dim kleiner select case letterGrootte case "1" ' Normaal css = "stylesheet.css" groter = 2 kleiner = 1 case "2" ' Groter css = "tekst-groter.css" groter = 3 kleiner = 1 case "3" ' Grootst css = "tekst-grootst.css" groter = 3 kleiner = 2 case "4" ' Zwart css = "highcontrast.css" groter = 2 kleiner = 1 case else ' Mocht er iets misgaan, > Normaal kiezen css = "stylesheet.css" groter = 2 kleiner = 1 end select %> Gelijkekansen.be - Overzicht recente onderzoeken

In de loop van de jaren was Gelijke Kansen in Vlaanderen zo medeverantwoordelijk voor het stand komen van heel wat onderzoeksprojecten. Hieronder vind je per jaar een overzicht van de meest recente onderzoeken.

Overzicht

Naar boven

Uitgebreide presentatie

Programma 2007

Titel: De houding van jongeren ten aanzien van holebi-rechten. Een kwantitatieve en kwalitatieve survey.

Inhoud: Aanleiding voor dit onderzoek was het feit dat uit eerder onderzoek blijkt dat voornamelijk jonge holebi’s frequent geconfronteerd worden met negatieve vooroordelen van hun leefomgeving, die een duidelijk negatief effect hebben op hun subjectief welbevinden.

De analyse is gebaseerd op de resultaten van het Belgisch Jeugdonderzoek dat werd uitgevoerd in 2006 en representatief is voor de 16-jarige Belgische schoolbevolking. Het voordeel van deze enquête is dat zij in klasverband werd afgenomen, waardoor in de praktijk een respons van meer dan 95 procent werd bereikt.

De analyse toont aan dat vooroordelen tegenover holebi’s nog ruim verspreid zijn in België, ondanks de juridische hervormingen van de afgelopen jaren. Een behoorlijk deel van de Belgische jongeren staat eerder afstandelijk, of zelfs vijandig, ten opzichte van holebi’s.
Uit een multivariate analyse blijkt dat deze negatieve houding specifiek geconcentreerd is bij enkele groepen. Jongens hebben een veel minder tolerante houding dan meisjes, wat allicht verklaard kan worden vanuit de specifieke psycho-seksuele identiteitsontwikkeling in deze leeftijdsfase. Verder blijkt religieuze betrokkenheid een negatieve impact te hebben op tolerante houdingen ten aanzien van holebi-rechten. Dit is het geval voor de meeste levensbeschouwingen, maar het effect is bijzonder uitgesproken bij islamitische jongeren. Het effect voor beide risicogroepen (jongens en islamitische gelovigen) is bijzonder sterk en ligt volledig in lijn met de resultaten van eerder uitgevoerd internationaal onderzoek. Hierbij dient opgemerkt te worden dat in deze analyse gecontroleerd werd op diverse achtergrondvariabelen (scholing, socio-economische status, etc.) zodat we hier wel degelijk te maken hebben met ‘zuivere’ effecten. Deze resultaten worden bevestigd bij een vergelijking van de Belgische gegevens met gelijkaardig onderzoek in Canada.

Via interviews en focusgroepgesprekken werd geprobeerd deze statistische gegevens verder te onderbouwen. Dit kwalitatief luik bevestigt dat homoseksualiteit bij jongens veel meer als bedreigend voor de eigen seksuele identiteit wordt ervaren dan bij meisjes. Tevens werd in de interviews opvallend vaak verwezen naar een religieuze legitimering voor de negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit. De respondenten bleken tevens bijzonder beducht voor het creëren van nieuwe tegenstellingen tussen de autochtone en de allochtone gemeenschappen in ons land..

Uitvoerder: Marc Hooghe, Ellen Quintelier, Ellen Claes, Yves Dejaeghere, Allison Harrell (K.U.Leuven)

Rapport: De houding van jongeren ten aanzien van holebi-rechten (PDF)

Naar boven

Programma 2006

Titel: Generations and Gender Panel Study (GGPS).

Inhoud: Vanuit de United Nations Economic Commission for Europe (UNECE) werd het initiatief genomen om een grootschalig internationaal survey-onderzoek op te zetten en te promoten. GGPS beoogt verklaringen te bieden voor wijzingen m.b.t. zowel partnervorming en gezinsplanning, als solidariteit tussen de generaties. Dit gebeurt door een bevraging van de feitelijke toestand alsook van de wensen en verwachtingen op dit vlak. De studie is opgevat als een longitudinale panelstudie die wordt uitgevoerd bij een representatief staal van de bevolking tussen 18 en 79 jaar. Dezelfde groep wordt meermaals bevraagd. Standaard worden drie ronden voorzien, telkens met een tussenpoos van drie jaar.

Ook vanuit België werd beslist om aan dit onderzoeksproject deel te nemen. Er werd in dit kader een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen de federale overheid, de Vlaamse en de Waalse regionale overheden. Vanuit Vlaanderen werd het engagement aangegaan om alvast t.e.m. 2008 te participeren. In dit kader zorgen de minister-president, bevoegd voor de coördinatie van de Vlaamse Statistieken, de minister bevoegd voor Werk, de minister bevoegd voor Welzijn, de minister bevoegd voor Wonen en de minister bevoegd voor Gelijke Kansen gezamenlijk voor de financiering van het veldwerk dat in Vlaanderen zal verricht worden. Dit onderzoek zal uitgevoerd worden door de FOD Economie/NIS. Er wordt wetenschappelijke begeleiding voorzien door de POD Wetenschapsbeleid binnen het kader van het AGORA-programma.

Dit onderzoek kan het Vlaamse gelijkekansenbeleid interessante informatie aanreiken. Zo kan het bijvoorbeeld een licht werpen op de redenen waarom mensen het krijgen van kinderen uitstellen of afstellen; op de wijze waarop beslissingsverhoudingen binnen een relatie evolueren met de leeftijd en met wijzingen qua positie op de arbeidsmarkt van de betrokken partner(s); op het feit of mensen het zien zitten om terug te gaan werken na een gezinsuitbreiding, etc. Een vragenluik over waardeoriëntaties laat toe de staalkaart op te maken van waarden en normen in de bevolking m.b.t. partnerrelaties en kinderzorg, en met betrekking tot de zorg voor ouderen. Het feit dat de Vlaamse bevindingen in een vergelijkend Belgisch én in een vergelijkend internationaal perspectief kunnen geplaatst worden, is zeker een grote meerwaarde.

Uitvoerder: NIS / FOD Economie

Titel: Kwalitatief onderzoek naar de overlevingsstrategieën, leefwereld, noden en behoeften van vrouwen van vreemde origine die zich in een armoedesituatie bevinden

Inhoud: Een eerste doelstelling van het onderzoek is het beschrijven van de leefsituatie en overlevingsstrategieën van een diverse groep van allochtone vrouwen (van verschillende herkomst, met en zonder papieren, alleenstaand, in een opvangsituatie, in een bestaansonzekere of armoedesituatie). De onderzoekers gaan na hoe ze hun positie ervaren, hoe ze die beoordelen, hoe ze hun positie proberen te verbeteren, welke belemmeringen ze ervaren en van wie ze ondersteuning krijgen. Een tweede doelstelling is het verwerven van inzicht in de processen die tot deze armoedesituatie hebben geleid. Hierbij worden zowel de algemene processen onderzocht (uitsluiting op verschillende maatschappelijke domeinen voor alle personen die zich in een armoedesituatie bevinden) als de specifieke vormen van uitsluiting, eigen aan de gemeenschappen waartoe de vrouwen behoren. Op basis van de resultaten, formuleren de onderzoekers de nodige beleidsaanbevelingen.

Promotor: Prof. Dr. Vranken

Uitvoering: Bea van Robaeys van de Onderzoeksgroep Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad

Naar boven

Programma 2005

titel: ZZzip. Een statistisch onderzoek met het oog op het verzamelen van basismateriaal over de doelgroep holebi’s

inhoud: Het onderzoek naar de leefsituatie van holebi’s in Vlaanderen had als doel het verzamelen van basisinformatie omtrent holebi’s in Vlaanderen. Er werden algemene gegevens verzameld alsook data omtrent identiteit, minderheidsstressoren, hulpverlening, sociale steun, het sociaal netwerk en gezondheid. Methodologisch werden verschillende technieken gecombineerd, nl. internetrekrutering en postenquêtes. De respondenten werden aangesproken door een brede sociale marketing campagne. Uiteindelijk vulden ongeveer 3000 holebi’s de vragenlijst volledig in. Vervolgens worden de meest opvallende resultaten uit het onderzoek kort besproken in het licht van daaropvolgend beleidsadvies. Ook worden nog toekomstige onderzoekspistes aangegeven.

De resultaten van het onderzoek werden op 16 mei 2006 tijdens een studiedag in het Vlaamse Parlement voorgesteld.

promotor: Prof.dr. John Vincke (Vakgroep Sociologie Universiteit Gent)

Titel: Studie-opdracht: ‘Verkenning van een specifiek loopbaanpatroon en formulering van beleidsaanbevelingen met het oog op remediëring’

Inhoud: Dit beleidsgericht onderzoek had tot doel om meer inzicht te verwerven in een specifiek loopbaanprobleem, nl. het feit dat wie tijdelijk kiest voor een vlakke loopbaan, zware moeilijkheden ondervindt om nadien nog een stijgende loopbaan uit te bouwen. Het onderzoek bestond uit een kwantitief en een kwalitatief luik. Op basis van bestaande databanken (o.a. de Panel Studie van Belgische Huishoudens, het Panel Mobiliteit Bevolking op Arbeidsleeftijd, de Salarisenquête, de Loonwijzer) werden een aantal aspecten van deze complexe materie in kaart gebracht. Zo werd onder andere het effect van een voltijdse onderbreking op het loon onderzocht, net als de effecten van de overschakeling van een voltijdse naar een deeltijdse baan op het loon en de positie in het bedrijf, en het profiel van onderbrekers. Hierbij werd uiteraard het genderaspect niet uit het oog verloren.

Ook werden er aanbevelingen geformuleerd m.b.t. een verbeterde statistische registratie: om een vergroot inzicht te krijgen in de centrale materie en om evoluties terzake te kunnen monitoren, is een verfijning van de bestaande dataverzamelingen aangewezen.

Het eerder kwantitatieve luik van dit onderzoek werd toegewezen aan het Steunpunt Werk, Arbeid en Vorming dat via haar werkgroep loopbanen samenwerkte met onderzoekers van het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA), de Universiteit Antwerpen, de Lessius Hogeschool en de Faculteit Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven.

Het onderzoek bevatte ook een eerder kwalitatief luik. De Vlerick Leuven Management School bestudeerde in detail de personeelsregisters van twee bedrijven en voerde nadien een aantal gesprekken met werknemers en werkgevers om zicht te krijgen op de mechanismen die loopbaanevoluties bepalen.

Uitvoerder: Steunpunt Werk, Arbeid en Vorming (sinds 2007: Steunpunt Werk en Sociale Economie) en Vlerick Leuven Gent Management School.

Titel: ‘The Integration of the European Second generation’ (TIES)

Inhoud: Gelijke Kansen in Vlaanderen is medefinancierder van het onderzoeksproject TIES.

Het TIES-programma wil onderzoeken hoe de integratie van de tweede generatie allochtonen verloopt aan de hand van een gestandaardiseerd survey-onderzoek in minimum 7 Europese landen. De tweede generatie allochtonen wordt hiertoe vergeleken met een quasi vergelijkingsgroep autochtonen in elk land. In België zullen groepen uit Antwerpen en Brussel bevraagd worden. Het onderzoek bevraagt de participatie op de arbeidsmarkt, onderwijs, de overgang tussen de twee, deelname aan het socio-culturele leven, gendergelijkheid en religie.

Promotor : Prof. Dr. Marc Swyngedouw

Uitvoering: Voor dit onderzoek werd op 14 februari 2005 een contract aangegaan tussen het TIES-netwerk (ISPO-K.U.Leuven) en het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen voor European Science Foundations ESF-ECRPSS. Het TIES netwerk bestaat uit onderzoekers van 7 landen: Duitsland (Holger Kolb, IMIS-Osnabrück), Nederland (Maurice Crul en Hans Vermeulen, IMES-Amsterdam; Jeanette Schoorl en Ernst Spaan, NIDI-den Haag), Frankrijk (Patrick Simon, INED-Paris), Zwitserland (Rosita Fibbi, FMS-Neuchatel), Oostenrijk (barbara Herzog-Punzenberger, Austrian Academy of Sciences – Wenen), België (Marc Swyngedouw, ISPO-K.U.Leuven), Karen Phalet (European Research Centre on Migration and Ethnic Relations-Utrecht), Spanje (Rosa Aparicio-Gomez, Institute for Research on Migration IEM-Madrid).

Naar boven

Programma 2004

titel: Holebi-vriendelijkheid in de zorgsector

inhoud: Onderzoek wijst uit dat holebi’s nog regelmatig heteronormativiteit ervaren in de welzijns- en zorgsector en zo goed als onzichtbaar zijn als doelgroep. Dit onderzoek beoogt een conceptuele invulling en inzicht in mogelijkheden voor de implementatie van “holebi-vriendelijkheid” in de zorgsector. Het onderzoek spitste zich in concreto toe op de sectoren van de residentiële ouderenzorg en de thuiszorg. Het resulteerde in twee sensibiliserende instrumenten.

uitvoering: Deloitte

titel: De fluwelen driehoek nader bekeken: netwerken, ideeën en strategieën binnen het Vlaamse gelijkekansenlandschap van vrouwen- en holebibewegingen

inhoud: Dit rapport vormt de neerslag van het kwalitatieve onderzoek “Valorisatieproject Vernieuwend Transnationaal Gelijkekansenbeleid” dat uitgevoerd werd in de zomer van 2005. Dit onderzoek wilde de bevindingen van het voorafgaande grootschalige onderzoek “Vernieuwend Transnationaal Gelijkekansenbeleid” van Wiercx & Woodward (2004) toetsen en uitdiepen, en bijkomend peilen naar uitdagingen met betrekking tot gelijkekansenbeleid. Hiertoe werden de bevindingen van Wiercx & Woodward (2004) omtrent de netwerken, de ideeën, de concepten en de strategieën van het vrouwen- en holebimiddenveld aan het betrokken middenveld én aan beleidsactoren voorgelegd. In dit rapport vindt de lezer de bevindingen van de kwantitatieve studie van Wiercx & Woodward (2004) aangevuld met de kwalitatieve uitdieping, samen gepresenteerd.

promotor: Prof. Dr. Alison Woodward, Dr. Sonja Spee

uitvoering: Jozefien Godemont, Joz Motmans

titel: Vrouwen in Vlaamse beheersorganen en raden van bestuur

inhoud: Dit onderzoek bevraagt de stand van zaken wat betreft de evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de beheers- en bestuursorganen van instellingen, ondernemingen, vennootschappen of verenigingen van de Vlaamse overheid. Het zoekt een antwoord op de vraag hoe evenwichtig deze organen samengesteld zijn. De onderzoekers bevragen onder meer hoe en door wie de leden van de beheers- en bestuursorganen gerekruteerd worden en of er specifieke aandacht besteed wordt aan de instroom van vrouwelijke leden. Tenslotte worden suggesties gedaan over maatregelen die het beleid kan nemen om een evenwichtige samenstelling van deze organen te bevorderen. Een belangrijke vaststelling is dat 57 % van de instellingen die onder de decretale regels vallen, de normen terzake naleven. Er is dus nog heel wat ruimte voor verbetering. Het onderzoeksrapport doet in dit verband een aantal aanbevelingen. De belangrijkste conclusies van dit onderzoek werden toegelicht op een studiedagbegin 2006.

Promotor: Lutgart Vanden Berghe (Instituut voor Bestuurders)

Naar boven