Handicap > Verenigde Naties > Internationaal > Wie werkt mee > Gelijke Kansen

Handicap in de VN

Op 13 december 2006 werd het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (IVRPH) door de Algemene Vergadering van de VN goedgekeurd. Het verdrag creëert geen nieuwe rechten aangezien de rechten van personen met een beperking reeds vervat zitten in de algemene mensenrechtenverdragen. Wel preciseert het een aantal rechten en het verbod op discriminatie in een aantal domeinen. Het is met andere woorden een vervollediging van het internationale normenapparaat rond mensenrechten.

De basisgedachte is dat personen met een handicap volwaardige mensen met gelijke rechten zijn en dat het beleid derhalve moet streven naar een inclusieve en diverse samenleving. Toch is het IVRPH een mijlpaal. Het is immers niet omdat iemand drager van rechten is, dat deze rechten ook in de praktijk gerealiseerd zijn. De bestaande mensenrechtenverdragen waren niet in staat personen met een handicap te beschermen tegen mensenrechtenschendingen. Het nieuwe verdrag is dan ook tekenend voor de paradigmaverschuiving van een medisch zorgmodel naar een mensenrechtendiscours: mensen met een handicap zijn volwaardige burgers en moeten gebruik kunnen maken van reguliere werk-, woon- en vrijetijdsvoorzieningen. In het IVPRH staat inclusie centraal: waar mogelijk moeten personen met een handicap worden ondersteund bij het gebruik van gewone voorzieningen in plaats van speciale voorzieningen te creëren.

Het IVPRH is overigens niet alleen het eerste mensenrechtenverdrag van de 21e eeuw, het is ook het eerste mensenrechtenverdrag dat met de uitgebreide participatie van de ‘doelgroep’ tot stand kwam – onder het moto ‘nothing about us without us’ – en het eerste VN-mensenrechtenverdrag dat door de EU mede onderhandeld en geratificeerd werd. De EU ratificeerde het Verdrag op 23 december 2010.

Het IVRPH is m.a.w. het eerste verdrag dat expliciet en op afdwingbare wijze de rechten van personen met een handicap beschouwd.

Tijdens de jaren '70 waren twee verklaringen, de Verklaring van de rechten van personen met een verstandelijke beperking (Declaration on the Rights of Mentally Retarded Persons) en de Verklaring van de rechten van personen met een handicap (Declaration on the Rights of Disabled Persons), de eerste instrumenten waarin de mensenrechten van personen met een handicap expliciet werden erkend. Hoewel deze verklaringen een belangrijke eerste stap waren in de bewustmaking van de rechten van personen met een handicap, kwam er kritiek op omdat ze gebaseerd waren op voorbijgestreefde medische en maatschappelijke modellen van een handicap.

Eind jaren '80 legden twee nieuwe instrumenten - de beginselen voor de bescherming van geesteszieken en de verbetering van de geestelijke gezondheidszorg (Principles for the Protection of Persons With Mental Illnesses and the Improvement of Mental Health Care) en de standaardregels voor gelijke kansen voor personen met een handicap (Standard Rules on the Equalisation of Opportunities for Persons with Disabilities - ‘93) - de nadruk op gelijke kansen.

Deze instrumenten waren nuttig om de rechten van personen met een handicap op zelfstandigheid en zelfbeschikking te omschrijven. Ze hebben ook geleid tot een beter begrip van de algemene mensenrechtenconventies wat de rechten van mensen met een handicap betreft. Maar geen van hen was bindend voor de lidstaten van de VN. Ze waren dus niet afdwingbaar. Landen waren niet verplicht er gevolg aan te geven en er was niet voorzien in toezicht op het genot van rechten van personen met een handicap in de praktijk.

België ratificeerde het verdrag in juli 2009 en diende tijdens de zomer 2012 haar eerste rapport bij het comité inzake de rechten van personen met een handicap in. De constructieve dialoog vond plaats in september 2014. Het gecombineerde 2e en 3e rapport moet ingediend worden in augustus 2019.

Lees de rapporten en aanbevelingen.

Lees de volledige tekst van het Verdrag (EN).