Gender > Verenigde Naties > Internationaal > Wie werkt mee > Gelijke Kansen

Gender in de VN

In 1975 in Mexico werd voor het eerst een wereldwijde dialoog gehouden over gendergelijkheid. Dit resulteerde in een World Plan of Action te realiseren in het volgende decennium. De 2de vrouwenconferentie (Kopenhagen, 1980) was het eerste evaluatiepunt voor de doelstellingen van Mexico. Al snel bleek dat gelijke rechten niet noodzakelijk gelijke kansen betekent. Daarom werd in het Kopenhagen Actieplan vooral de nadruk gelegd op toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en arbeidsmarkt. De 3de vrouwenconferentie (Nairobi, 1985) was een mijlpaal omwille van haar mondiaal karakter: nooit eerder namen zoveel vrouwenorganisaties deel aan een internationale conferentie. Voor het eerst was er ook een parallel NGO forum waar meer dan 15.000 NGO’s kennis uitwisselden. 

De grote mijlpaal vond plaats de 4de vrouwenconferentie in Peking. Voor het eerst werd gesproken van “gender mainstreaming”. Deze inzichten werden verwerkt in het Peking Actieplatform: 12 strategische doelstellingen (critical areas of concern)

  1. vrouwen en armoede
  2. onderwijs en opleiding van vrouwen
  3. vrouwen en gezondheid
  4. geweld tegen vrouwen
  5. vrouwen en gewapend conflict
  6. vrouwen en economie
  7. vrouwen in macht en besluitvorming
  8. institutionele mechanismen
  9. mensenrechten van vrouwen
  10. vrouwen en de media
  11. vrouwen en het milieu
  12. meisjes


Het Peking Actieplatform is (ondanks het gebrek aan bindende juridische waarde) het referentiedocument geworden voor de vrouwenbeweging en overheden om hun beleid op af te stemmen. Elke 5 jaar wordt het Actieplatform geëvalueerd. Er worden echter geen nieuwe conferenties georganiseerd.

naar boven

De cel Gelijke Kansen in Vlaanderen volgt nauwgezet de activiteiten van de Commission on the Status of Women’ (CSW) van de Verenigde Naties en rapporteert bij deze commissie over de situatie van vrouwen in Vlaanderen. Ze werd in 1946 opgericht om toe te zien op de toepassing van het principe van de gelijke rechten van mannen en vrouwen. Sinds de Vierde Wereldvrouwenconferentie (Peking, 1995) volgt de Commissie ook de realisaties in het kader van het Peking Actieplatform op. In 2010 was de veertiendaagse van de CSW dan ook integraal gewijd aan Peking +15.

In 1979 stelde de VN een verdrag op voor de uitbanning van alle vormen van geweld en discriminatie tegen vrouwen. De Convention on the Elimination of All forms of Discrimination Against Women’(CEDAW) is een soort van Verklaring van de rechten van de vrouw. Lidstaten die tot dit verdrag toetreden, verbinden zich ertoe alle wettelijke ongelijkheden tussen vrouwen en mannen weg te werken en vrouwen actief te beschermen tegen discriminatie. Elke 4 jaar dienen de lidstaten te rapporteren aan het CEDAW-comité over de maatregelen dat ze genomen hebben. Het CEDAW-comité beoordeelt de rapporten en doet nieuwe aanbevelingen aan de landen. De commissie heeft geen bevoegdheid om te veroordelingen of sancties uit te spreken.

Op 2 juli 2010 stemde de Algemene Vergadering voor de oprichting van één sterk VN-agentschap om de rechten van vrouwen en meisjes wereldwijd te bevorderen, de VN entiteit voor gendergelijkheid en empoweren van vrouwen, kortweg UN Women.
UN Women ging van start in januari 2011. Het is een fusie van vier bestaande organisaties: DAW (1946), INSTRAW (1976), UNIFEM (1976) en OSAGI (1997) met zetel in New York. Het budget wordt minstens 500 miljoen dollar (398,3 miljoen euro), het dubbele van wat de vier bijeengevoegde instituten samen hadden. Aan het hoofd komt een Vice-Secretaris-Generaal, die rechtstreeks rapporteert aan Secretaris-Generaal Ban Ki-moon.