Archief onderzoek

Volgende onderzoeksrapporten kunnen opgevraagd worden bij Gelijke Kansen in Vlaanderen.  

2006

Generations and Gender Panel Study (GGPS)

Vanuit de United Nations Economic Commission for Europe (UNECE) werd het initiatief genomen om een grootschalig internationaal survey-onderzoek op te zetten en te promoten. GGPS beoogt verklaringen te bieden voor wijzigingen m.b.t. zowel partnervorming en gezinsplanning, als solidariteit tussen de generaties. Dit gebeurt door een bevraging van de feitelijke toestand alsook van de wensen en verwachtingen op dit vlak.

Ook vanuit België werd beslist om aan dit onderzoeksproject deel te nemen. Er werd in dit kader een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen de federale overheid, de Vlaamse en de Waalse regionale overheden. Dit onderzoek kan het Vlaamse gelijkekansenbeleid interessante informatie aanreiken. Zo kan het bijvoorbeeld een licht werpen op de redenen waarom mensen het krijgen van kinderen uitstellen of afstellen; op de wijze waarop beslissingsverhoudingen binnen een relatie evolueren met de leeftijd en met wijzingen qua positie op de arbeidsmarkt van de betrokken partner(s); op het feit of mensen het zien zitten om terug te gaan werken na een gezinsuitbreiding, etc. Het feit dat de Vlaamse bevindingen in een vergelijkend Belgisch én in een vergelijkend internationaal perspectief kunnen geplaatst worden, is zeker een grote meerwaarde.  

Kwalitatief onderzoek naar de overlevingsstrategieën, leefwereld, noden en behoeften van vrouwen van vreemde origine die zich in een armoede situatie bevinden.

Een eerste doelstelling van het onderzoek is het beschrijven van de leefsituatie en overlevingsstrategieën van een diverse groep van allochtone vrouwen (van verschillende herkomst, met en zonder papieren, alleenstaand, in een opvangsituatie, in een bestaansonzekere of armoedesituatie). De onderzoekers gaan na hoe ze hun positie ervaren, hoe ze die beoordelen, hoe ze hun positie proberen te verbeteren, welke belemmeringen ze ervaren en van wie ze ondersteuning krijgen. Een tweede doelstelling is het verwerven van inzicht in de processen die tot deze armoedesituatie hebben geleid. Hierbij worden zowel de algemene processen onderzocht (uitsluiting op verschillende maatschappelijke domeinen voor alle personen die zich in een armoedesituatie bevinden) als de specifieke vormen van uitsluiting, eigen aan de gemeenschappen waartoe de vrouwen behoren. Op basis van de resultaten, formuleren de onderzoekers de nodige beleidsaanbevelingen. Het onderzoek is op te vragen bij de Onderzoeksgroep Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad.
pro Promotor: Prof.Dr. Vrancken
Uitvoering: Bea van Robaeys

Transgenderbeweging in Vlaanderen en in Brussel in kaart gebracht: organisatiekenmerken, netwerken en strijdpunten.

Het hoofddoel van dit onderzoek is het kaart brengen van het landschap van transgenderorganisaties anno 2004-2006. Daarnaast wil het een aanzet leveren tot een eerste schets van gelijkekansennoden van transgendere personen.
Uitvoering: Joz Motmans
Promoter: Prof.dr. Joke Denekens
PDF-versie van het onderzoek
 

 

2005

Zzzip. Een statistisch onderzoek met het oog op het verzamelen van basismateriaal over holebi's.

Het onderzoek naar de leefsituatie van holebi's in Vlaanderen had als doel het verzamelen van basisinformatie: er werden algemene gegevens verzameld alsook data over identiteit, minderheidsstressoren, hulpverlening, sociale steun, het sociaal netwerk en gezondheid. De respondenten werden aangesproken door een brede sociale marketing campagne. Uiteindelijk vulden 3000 holebi's de vragenlijst volledig in. De meest opvallende resultaten werden besproken in het licht van daaropvolgende beleidsadvies. De resultaten werden bekendgemaakt op een studie in het Vlaams Parlement op 16 mei 2006.
Promotor: Prof.Dr. John Vincke.
PDF-versie Zzzip-onderzoek

Verkenning van een specifiek loopbaanpartroon en formulering van beleidsaanbevelingen met het oog op remediëring.

Dit beleidsgericht onderzoek had tot doel om meer inzicht te verwerven in een specifiek loopbaanprobleem, nl. het feit dat wie tijdelijk kiest voor een vlakke loopbaan, zware moeilijkheden ondervindt om nadien nog een stijgende loopbaan uit te bouwen. Het onderzoek bestond uit een kwantitatief en kwalitatief luik. het is op te vragen bij het Steunpunt Werk, Arbeid en Vorming (sinds 2007 Steunpunt Werk en Sociale Economie).
Uitvoering: Steunpunt Werk, Arbeid en Vorming en Vlerick Leuven Gent Management School

The integration of the European Second Generation (TIES)

Het TIES-programma wil onderzoeken hoe de integratie van tweedegeneratie allochtonen verloopt aan de hand van een gestandaardiseerd survey-onderzoek in minimum 7 Europese landen. De tweede generatie allochtonen wordt hiertoe vergeleken met een quasi vergelijkingsgroep allochtonen in elk land. In België werden groepen uit Antwerpen en Brussel bevraagd. Het onderzoek richt zich op de arbeidsmarkt, onderwijs, de overgang tussen de twee, deelname aan het socio-cultureel leven, gendergelijkheid en religie.
Promotor: Prof.Dr. Marc Swyngedouw. 

naar boven

2004

Holebi-vriendelijkheid in de zorgsector

Onderzoek wijst uit dat holebi's nog regelmatig heteronormativiteit ervaren in de welzijns- en zorgsector en zo goed als onzichtbaar zijn als doelgroep. Dit onderzoek beoogt een conceptuele invulling en inzichten in mogelijkheden voor implementatie van "holebi-vriendelijkheid" in de zorgsector. Het onderzoek spitst zich in concreto toe op de sectoren van residentiële ouderenzorg en thuiszorg. Het resulteerde in twee sensibiliserende instrumenten.
Uitvoering: Deloitte

De fluwelen driehoek nader bekeken: netwerken, ideeën en strategieën binnen het Vlaamse gelijkekansenlandschap van vrouwen- en holebibewegingen

Dit rapport vormt de neerslag van het kwalitatieve onderzoek “Valorisatieproject Vernieuwend Transnationaal Gelijkekansenbeleid” dat uitgevoerd werd in de zomer van 2005. Dit onderzoek wilde de bevindingen van het voorafgaande grootschalige onderzoek “Vernieuwend Transnationaal Gelijkekansenbeleid” van Wiercx & Woodward (2004) toetsen en uitdiepen, en bijkomend peilen naar uitdagingen met betrekking tot gelijkekansenbeleid. Hiertoe werden de bevindingen van Wiercx & Woodward (2004) omtrent de netwerken, de ideeën, de concepten en de strategieën van het vrouwen- en holebimiddenveld aan het betrokken middenveld én aan beleidsactoren voorgelegd. In dit rapport vindt de lezer de bevindingen van de kwantitatieve studie van Wiercx & Woodward (2004) aangevuld met de kwalitatieve uitdieping, samen gepresenteerd.  
Promotor: Prof.Dr. Alison Woodward, Dr. Sonja Spee
Uitvoering: Jozefien Godemont, Joz Motmans

Vrouwen in Vlaamse beheersorganen en raden van bestuur

Dit onderzoek bevraagt de stand van zaken wat betreft de evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de beheers- en bestuursorganen van instellingen, ondernemingen, vennootschappen of verenigingen van de Vlaamse overheid. Het zoekt een antwoord op de vraag hoe evenwichtig deze organen samengesteld zijn. De onderzoekers bevragen onder meer hoe en door wie de leden van de beheers- en bestuursorganen gerekruteerd worden en of er specifieke aandacht besteed wordt aan de instroom van vrouwelijke leden. Tenslotte worden suggesties gedaan over maatregelen die het beleid kan nemen om een evenwichtige samenstelling van deze organen te bevorderen. Een belangrijke vaststelling is dat 57 % van de instellingen die onder de decretale regels vallen, de normen terzake naleven. Er is dus nog heel wat ruimte voor verbetering. Het onderzoeksrapport doet in dit verband een aantal aanbevelingen. De belangrijkste conclusies van dit onderzoek werden toegelicht op een studiedag begin 2006. 
promot Promotor: Lutgart Vanden Berghe (Instituut voor Bestuurders)

Geen roos zonder doornen

In tegenstelling tot in Nederland bestond er tot nog toe geen onderzoek naar de leefsituatie van oudere holebi's. Nederlands onderzoek toont aan dat oudere holebi's niet meer problemen ervaren dan hun heteroseksuele leeftijdsgenoten. Toch zijn er enkele holebi-specifieke knelpunten zoals isolement,  onvoldoende sociale participatie en kwetsbare sociale netwerken. Met dit onderzoek wordt een eerste aanzet gegeven om in Vlaanderen na te denken over gelijke kansen van oudere holebi's op vlak van participatie en zorgzelfstandigheid.
Uitvoering: Jozefien Godemont, Alexis Dewaele, Jef Breda.
PDF-versie van het onderzoek

 

2002

Gelijke kansenindicatoren in Vlaanderen. Statistieken en indicatoren voor een gelijke kansenbeleid voor mannen en vrouwen

De ontwikkeling van indicatoren is een cruciale stap in beleidsvoering. Het beleid heeft immers inzichten en doelstellingen nodig die op rationele en wetenschappelijke gronden steunen. Een strategisch beleidsproces is immers een illusie als de feiten ontbreken.
Uitvoering: Steegmans, Nico e.a. Steunpunt Gelijkekansenbeleid
PDF-versie van het onderzoek

 

2001

Vrouwen als producenten en overdragers van cultuur

Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van vrouwen die actief betrokken zijn bij de productie van cultuur en vervolgens de resultaten in een internationale context te evalueren met de intentie beleidsaanbevelingen te formuleren. De focus zal dus liggen op de productie van cultuur: journalistiek, reclame, literatuur, onderwijs, … Het concept ‘cultuur’ moet in de ruimste zin van het woord worden geïnterpreteerd; als een dynamisch proces van betekenis geven. Zowel de loopbaan van vrouwen als hun specifieke bijdrage tot de productie van cultuur zijn hier aan de orde. Het onderzoek zal expliciet op zoek gaan naar variabelen die invloed hebben op de instroom, doorstroom en uitstroom van vrouwen in hun loopbaan in deze sector. Het zijn net deze variabelen die beïnvloed kunnen worden door beleidsmaatregelen. Daarnaast moet onderzocht worden wat de invloed van vrouwen in de sector op de verspreiding van culturele waarden en normen is. 
 Promotor: Marysa De Moor (UGent)

Inclusief onderwijs

Inclusief onderwijs gaat uit van het idee dat zoveel mogelijk kinderen en jongeren kwaliteitsvol onderwijs kunnen volgen in een gewone school, dus ook kinderen met speciale onderwijsbehoeften als gevolg van bijvoorbeeld een handicap. Dit onderzoek heeft tot doel:

  • voor het beleid een overzicht te bieden van de kritische factoren die het inclusieproces van kinderen met speciale noden binnen het onderwijs positief of negatief blijken te beïnvloeden, vertaald in concrete aanbevelingen ter bijsturing van het huidige beleid
  • informatie op te leveren voor de kinderen met een handicap en hun ouders die hen ondersteunt, versterkt en begeleidt in hun keuze voor inclusief onderwijs
  • materiaal op te leveren voor opleidingsinstituten dat ondersteuning biedt voor modules over de opvoeding van kinderen met speciale noden

Uitvoering: Geert Van Hove

Beeldvorming over personen met een handicap

Het integratieproces van personen met een handicap, vertrekkende vanuit het 'inclusieve denken', plaatst zowel de persoon met de handicap zelf als zijn omgeving centraal. Het al dan niet slagen van een inclusief beleid hangt dan ook in belangrijke mate af van de 'goodwill' van het publiek. Gerichte sensibiliseringscampagnes en campagnes rond het bevorderen van de positieve beeldvorming zijn in deze context dan ook van essentieel belang.
Dit onderzoek bracht op basis van een grootschalige enquête in kaart hoe in Vlaanderen over personen met een handicap wordt gedacht, inventariseerde en evalueerde de reeds gevoerde initiatieven omtrent positieve beeldvorming, en ontwikkelde indicatoren die een bijdrage kunnen leveren tot het specifiek richten en evalueren van sensibiliseringscampagnes. Dit alles met het oog op het bevorderen van de effectiviteit van dergelijke campagnes.
 Uitvoering: Geert Van Hove 

Behoefteonderzoek naar aangepast vervoer voor personen met een beperkte mobiliteit

De Vlaamse regering wil aandacht besteden aan de specifieke vervoersproblematiek van personen met een handicap en/of beperkte mobilitiet. Zo wil zij enerzijds streven naar een maximaal toegankelijk openbaar vervoersaanbod. Anderzijds wil de Vlaamse regering voor personen die, gezien de ernst van hun handicap, hoe dan ook verstoken blijven van het openbare aanbod, zorgen voor een supplementair aangepast vervoerssysteem.
Om een duidelijk idee te krijgen van het aantal potentiële klanten voor het vraagafhankelijk vervoer en de specifieke behoeften, werden volgende items in dit onderzoek behandeld:

  1. de behoefte aan en de te verwachten vraag naar aangepast vervoer in functie van een maximaal toegankelijk en bereikbaar openbaar vervoersaanbod
  2. de duidelijke afbakening en definiëring van de doelgroep en de bepaling van de wijze van identificatie 
  3. de telling van het aantal gerechtigden en het in kaart brengen van de geografische spreiding over de Vlaamse stedelijke en landelijke gebieden
  4. de evaluatie van het huidige concept en de formulering van voorstellen om eventueel tegemoet te komen aan de vastgestelde knelpunten

Uitvoering: Deloitte en Touch

Kosten-batenanalyse van de vervoersopties voor personen met een beperkte mobiliteit

Om een duidelijk idee te krijgen van het aantal potentiële klanten voor het vraagafhankelijk vervoer en hun specifieke behoeften werd een  behoefteonderzoek opgezet. Het doel van dit onderzoek is het definiëren van het profiel van de potentiële gebruiker van het aangepast vervoer waarna het aantal gerechtigden in kaart wordt gebracht. Daarnaast dienden de resultaten van de analyse in verband te worden gebracht met de resultaten van het lopende behoefteonderzoek waarbij de reële behoefte aan aangepast vervoer tegenover de capaciteit van de verschillende vervoersopties werd geplaatst en waarna de meest geschikte opties (ifv de kosten/baten) naar voor werden gebracht.
Uitvoering: Deloitte en Touch 

naar boven

2000

Een analyse van de situatie van holebileerkrachten binnen de verschillende onderwijsnetten en -vormen als bijdrage tot het creëren van een grotere openheid rond holebiseksualiteit binnen het onderwijs.

Hoe staan directie en inrichtende macht tegenover de tewerkstelling van holebi’s als leerkracht in de verschillende onderwijsnetten en onderwijsvormen? Welke moeilijkheden en remmingen ervaren holebi’s werkzaam als leerkracht in de verschillende onderwijsnetten en -vormen? Hoe staan leerlingen uit de verschillende onderwijsnetten en -vormen tegenover holebi’s als leerkracht? 
 Promotor: Marleen Easton (Hoge School Gent)

Toepassing van de quota op adviesraden

Uit het 'Evaluatieverslag over de toepassing van het decreet van 15 juli 1997 houdende de uitvoering van een meer evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen' (eind 1998) blijkt dat slechts 25 % van de Vlaamse adviesraden beantwoordt aan de bepalingen van dit decreet. Dit ondanks de sanctie dat het adviesorgaan in kwestie geen rechtsgeldig advies kan formuleren indien haar samenstelling niet in regel is met het decreet. In verband hiermee kunnen verschillende onderzoeksvragen gesteld worden. Wat is er de oorzaak van dat adviesraden niet paritair zijn samengesteld? Hoe verloopt de selectie van leden van adviesraden? Zijn de adviesraden op de hoogte van de bepalingen van het decreet? Welke rol kan de gegevens- en adviesbank Pluspunt spelen?
Promotor: Alison Woodward (VUB)

Behoeftenonderzoek naar gelijkekansenindicatoren en statistieken

Een van de problemen voor het gelijkekansendomein is dat er nog onvoldoende basisstatistieken zijn om relevante beleidsindicatoren te ontwikkelen. Hiervoor is het nodig meerdere parameters te linken aan de parameter geslacht. Daarvoor zou er in alle beleidsdomeinen systematisch onderzoek moeten gebeuren. Uit hoofdstuk 10 'Focus op gender' uit VRIND 98 blijkt dat er nog veel meer statistisch materiaal kan gegenereerd worden in de bestaande beleidsdomeinen, of dat bestaande statistieken verder verfijnd dienen te worden. Bovendien zijn deze cijfers al drie jaar oud en dienen ze nodig geactualiseerd te worden. Dit onderzoek past uitstekend in de voorbereiding van het opmaken van een beleidsactieplan gelijke kansen zoals in de beleidsnota werd vooropgesteld. Promotor: Mieke Van Haegendoren (LUC)
De digitale versie van het eindrapport kan u downloaden op de website van Steunpunt Gelijkekansenbeleid.   

De impact van de quotawet op de positie van vrouwelijke verkozenen

Tweederde van de leden van het Vlaams Parlement toont zich tegenstander van de quota-wetgeving. Mannelijke en vrouwelijke parlementsleden verschillen echter sterk van mening op dit vlak. Er is een grote groep vrouwelijke verkozenen die van mening is dat ze gesteund werden door de bestaande quota terwijl er een aanzienlijke groep (mannelijke) politici tegen de quota zijn. Een belangrijke onderzoeksvraag is: welke impact heeft de bestaande quotawet op de positie van 'quotavrouwen', zowel in het parlement als in hun partij?
Dit onderzoek kan gevoerd worden op Vlaams, Federaal, Europees, provinciaal en gemeentelijk niveau. De resultaten van dit onderzoek kunnen een belangrijke impuls betekenen in het debat rond de quotaregelingen.
promotor: Kris Deschouwer (VUB)
Een eerste tussentijds rapport werd gepubliceerd in Wetenschappelijke Monografie 9 'Tussen wens en werkelijkheid: reële en mogelijke impact van quotaregelingen op de kieslijsten'  

Meerwaarde en knelpunten van leeftijdsgrenzen in de Vlaamse regelgeving en hun effect op oudere personen

In het kader van de ontwikkeling van een nieuw Vlaams ouderenbeleid, dat zich richt op een volwaardige en autonome participatie van oudere personen in de samenleving, werd inzicht verworven in de aard en de ernst van de problemen die ouderen ervaren wanneer zij geconfronteerd worden met de toepassing van leeftijdsgrenzen opgenomen in de diverse Vlaamse regelgevingen.
Promotor: Jef Breda (UFSIA)
De resultaten van dit onderzoek werden gepubliceerd in Monografie 11 'Meerwaarde en knelpunten van leeftijdsgrenzen in Vlaamse regelegeving en hun effect op oudere personen.' 

naar boven

 

1999

Maatschappelijke waardering van groen en landschap in genderperspectief

Het opzet van het project bestond er in om de enquête-gegevens van een studie van AMINAL verder te verwerken vanuit het genderperspectief en in tweede instantie naar ouderen en kinderen toe. De bedoeling was om uit die enquête-gegevens gender- en leeftijdsspecifieke informatie te genereren die dienstig kan zijn voor het inclusief gelijkekansenbeleid, meer bepaald t.a.v. de doelgroepen vrouwen, kinderen en ouderen. Het onderzoeksprogramma omvatte een vooronderzoek naar reeds beschikbare informatie in binnen- en buitenland waarbij de relatie gender en milieu aan bod kwam. Op basis van de opgestelde hypothesen uit het vooronderzoek werd een bi- en multi-variate analyse doorgevoerd op het statistisch materiaal van de voorgaande survey. Deze analyseresultaten dienden voor het formuleren van beleidsaanbevelingen . Tenslotte werden de resultaten van het onderzoek  weergegeven in een wetenschappelijk rapport en een beknopter rapport voor een ruimer publiek.
Deze studie is beschikbaar onder de vorm van Wetenschappelijke Monografie 6 'Milieu-onderzoek en gender: een probleemverkenning. Maatschappelijke waardering van groen en landschap in genderperspectief' 

Conceptuele basis en operationele modellen voor een geïntegreerd beleid inzake de maatschappelijke gelijkheid van mannen en vrouwen

Dit bijkomend onderzoek heeft als doel een positieve wetenschappelijke interactie of wisselwerking tot stand te brengen tussen het onderzoeksdomein gendergelijkheid in de maatschappij en het project 'Gezinsleven-Bedrijfsleven', als specifiek onderzoek met betrekking tot de combinatie van het gezins- en beroepsleven.Het onderzoek bestond uit twee grote delen:

  1. Ondersteuning, inspiratie, voeding voor het onderzoeksproject Family and Business Audit.
  2. Ontwikkeling van een geïntegreerde benadering van de maatschappelijke gelijkheid onder mannen en vrouwen

Het eerste onderdeel van het onderzoek leidde tot een overzicht van de bestaande instrumenten en tot een sterkte-zwakte analyse ervan. De positieve aspecten ervan werden geïntegreerd in het project FBA.
Het tweede onderdeel leidde tot een algemene publicatie (Nederlands- en Engelstalig): Gendergelijkheid als basiswaarde van de democratische verzorgingsstaat. Een geïntegreerde benadering. Het bevat een algemene conceptuele en normatieve analyse en een aantal operationele modellen (theoretisch, empirische en normatief) en beleidsperspectieven inzake de dagelijkse combinatie van het gezins- en beroepsleven van mannen en vrouwen. 
Promotor: Walter Van Dongen (CBGS)  

Genderassessment in de media en andere nieuwe informatietechnologieën of Media Emancipatie Effecten Rapportages (MEER)

Zowel de media, als de nieuwe informatietechnologieën zijn nog heel sterk verbonden met de stereotiepe rolpatronen van mannen en vrouwen. Mediaproducten moeten geëvalueerd kunnen worden op hun voorziene (en op systematische wijze ingeschatte) invloed op de emancipatie, op de beeldvorming en positie(s) van vrouwen en mannen. Voor een dergelijke analyse dient een standaardmethodiek ontwikkeld te worden (op basis van evaluatiecriteria) die ook door derden gehanteerd kan worden. De gender- en emancipatierelevantie van mediaproducten zou daardoor op een systematische wijze gemeten kunnen worden en mediamakers moeten hierover feedback kunnen krijgen. Hetzelfde geldt voor de nieuwe informatietechnologieën. Vandaag wordt alles wat met ‘computing’ te maken heeft nog steeds als een mannelijk territorium gezien. Opleidingen in de nieuwe informatietechnologieën en de gebruiksvriendelijkheid zouden moeten worden onderworpen aan een genderassement. Het onderzoek moet leiden tot een bruikbaar instrument.
Promotor: Magda Michielsens (UIA)  

naar boven

 

1998

Gelijke kansen voor mannen en vrouwen aan de universiteit?

Hoewel het aantal vrouwelijke universiteitsstudenten de afgelopen jaren steeds is toegenomen tot ongeveer de helft van de totale studentenpopulatie, blijkt dat in de periode 1992-1998 gemiddeld slechts 33% van de doctoraten werd behaald door een vrouw. Deze gegevens vormden de aanleiding om na te gaan welke mogelijke factoren als stimulerend dan wel als belemmerend worden ervaren voor de goede voortgang van het doctoraatsproces en het uiteindelijke behalen van een doctoraat. Dit onderzoek wil m.a.w. een antwoord geven op de vraag welk soort gelijkekansenbeleid er voor kan zorgen dat aan de universiteit een gunstig klimaat ontstaat met maximale ontwikkelingsmogelijkheden voor zowel mannelijke als vrouwelijke doctorandi. 
Promotor: Mieke Van Haegendoren (LUC)
Deze studie is beschikbaar onder de vorm van Wetenschappelijke Monografie 4 'Gezocht: professor (V)'.  

Actieonderzoek: evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de politieke besluitvorming

In een eerste fase werd een onderzoek gevoerd naar de werking van de politieke vrouwengroepen. Dit werd noodzakelijk geacht gezien de grote rol die de politieke partijen spelen in de al dan niet deelname van vrouwen aan de besluitvorming.
Uit de doorlichting van de Vlaamse democratische politieke vrouwengroepen distilleerde de NVR de knelpunten en de aanbevelingen m.b.t. de werking van deze groepen en de structurele omkadering die hiervoor nodig blijkt.
Op basis van deze bevindingen heeft de NVR een tienpuntenactieplan dat door de Vlaamse regering kan worden gebruikt ter ontwikkeling van een geïntegreerd beleid m.b.t. de deelname van vrouwen aan het politieke besluitvormingsproces.
Uitvoering: Nederlandstalige Vrouwenraad
Te  Te consulteren in RoSa bibliotheek

Vrouwen en armoede in Brussel

Kansarme vrouwen in Brussel zijn niet het meest "zichtbare" probleem in Brussel. Arme vrouwen zijn een deelaspect van de complexe problematiek op gebied van armoede en achterstelling waar Brussel mee te kampen heeft. De omvang en specifieke problemen van deze groep in Brussel kregen tot nog toe weinig aandacht. Een verdere kwantitatieve en kwalitatieve studie was zeker nodig.
Uitgevoering: KAV Studiedienst
 Te consulteren in RoSa bibliotheek 

Naar een "emancipatorisch en gezinsvriendelijke arbeidsorganisatie" in Vlaamse bedrijven. Ontwikkeling van een audit-instrument "Gezinsleven-Bedrijfsleven".

Centraal stond de zoektocht naar de instrumenten om een gelijkere verdeling te realiseren van de beroeps- en gezinsarbeid binnen gezinnen en een gelijkere positie van mannen en vrouwen binnen bedrijven of organisaties. Concreet werd een (audit)instrument "Family and Business Audit" ontwikkeld, kort "FBA" genaamd, voor de registratie van de emancipatie- en gezinsgerichtheid van de arbeidsorganisatie in bedrijven. Op basis van het auditsysteem werd een flexibel management-instrument ontworpen voor de implementatie of realisatie van een (meer) emancipatorische en gezinsvriendelijke arbeidsorganisatie binnen de diverse soorten bedrijven. De basisvoorwaarde is dat gezinnen en bedrijven inspanningen leveren voor een betere wisselwerking tussen het gezins- en bedrijfsleven, waardoor beiden er beter van worden. Het onderzoek bestaat uit een gezins- of werknemersluik en uit een bedrijfsluik. Elk luik omvat een secundaire macrostudie over de feitelijke situatie in gezinnen en bedrijven en een microstudie waarin een audit wordt ontwikkeld op basis van een aantal casestudies. Zo’n Family and Business Audit omvat een analyse-instrument om concreet stappen te zetten naar een meer gezinsgerichte arbeidsorganisatie.
Promotor: Walter Van Dongen (Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudie), Daniël Vloeberghs (UFSIA), Dany Wijgaerts (European Centre for Work and Society)  

Toegankelijkheid Algemeen Welzijnswerk voor Holebi’s

Vanuit de homo- en lesbienneorganisaties werd het probleem gesteld dat holebi’s onvoldoende gehoor vinden bij welzijnsorganisaties, zeker als het gaat om "homospecifieke" hulpvragen. Daarom heeft het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk onderzocht in welke mate holebi’s momenteel terechtkunnen bij het algemeen welzijnswerk. Daarnaast heeft het Steunpunt eveneens initiatieven ontwikkeld om een grotere toegankelijkheid van het algemeen welzijnswerk voor holebi’s te bewerkstelligen en de openheid t.a.v. de holebiproblematiek te vergroten. Ook heeft het Steunpunt beleidsaanbevelingen gesuggereerd ten aanzien van deze problematiek.
Uitvoering: Steunpunt Algemeen Welzijnswerk

naar boven

Hulpvragen van homo’s, lesbiennes en biseksuelen. Een biografische verkenning en leefwereldanalyse bij holebi’s als bijdrage tot de rolinvulling van het algemeen welzijnswerk

Dit onderzoek had tot doel inzicht te krijgen in de belevingswereld van holebi’s en de hulpvragen die ze hebben bij het uitstippelen van hun levensweg. Aan de hand van biografische en thematische interviews werd een brede leefwereldanalyse opgemaakt. Enerzijds ging de aandacht uit naar de door het individu gehanteerde oplossingsstrategieën en anderzijds naar de wijze waarop de context invloed heeft op de situatie. Hierbij werd ook uitdrukkelijk rekening gehouden met het zelfoplossend vermogen van het individu. Op basis van de resultaten van het onderzoek werden 70 aandachtspunten voor het welzijnsbeleid bepaald.
Promotor: Herman Baert (KULeuven)
De resultaten van dit onderzoek werden gepubliceerd in Wetenschappelijke Monografie 10 'Hulpvragen van holebi's' 

De dovengemeenschap in Vlaanderen: doorlichting, sensibilisering en standaardisering van de Vlaams-Belgische gebarentaal 

Het project zoals voorgesteld hieronder bestaat uit vier luiken die elk één of meerdere eigen doelstellingen kennen

  • In een eerste luik wordt een doorlichting van de dovengemeenschap voorgesteld. De bedoeling is inzicht te krijgen in de samenstelling van de heterogene groep van Vlaamse doven en slechthorenden ondermeer voor wat de aard en graad van gehoorverlies en de gebruikte communicatievormen.
  • Het tweede luik betreft de sensibilisering van de horende gemeenschap. Er zal worden nagegaan bij welke instellingen, diensten en personen er een grote nood is aan informatie omtrent doofheid, welke informatie het betreft en hoe deze informatie het best kan worden verstrekt.
  • Het derde luik bestaat uit het ‘gebaren-database-project’. Een belangrijke doelstelling van dit deel-project is het verwerven van kennis betreffende de lexicale verschillen en gelijkenissen tussen de verschillende Vlaamse gebarentaalvarianten zodat ondermeer wetenschappelijk onderbouwde uitspraken kunnen worden gedaan omtrent het wel of niet bestaan van een ‘standaard-gebarentaal’ en er advies kan worden gegeven omtrent de te gebruiken gebaren voor wat betreft het onderwijs aan dove kinderen, het opleiden van gebarentaaltolken en het onderwijzen van Vlaams-Belgische gebarentaal en de ontwikkeling van een ‘gebarenschattest’ ten behoeve van de scholen van het Buitengewoon Onderwijs Type 7.
  • Het vierde luik bestaat uit een beschrijving van de plaats en de functie van gebaren en gebarentaal in de didactiek van het Buitengewoon Onderwijs Type 7 in Vlaanderen. Dit heeft als doel richtlijnen te ontwikkelen voor de onderwijskundige optimalisering van de didactiek in het onderwijs aan doven en slechthorende kinderen.

Promotor: Annemarie Vandenbergen (UG), Eric Broekaert (UG), Myriam Vermeerbergen (VUB), Gerrit Loots (VUB), Pol Ghesquière (KULeuven), Bea Maes (KULeuven) 

Integratie van tweede generatie migrantenvrouwen in Vlaanderen: verschillende wegen tot integratie

Dit onderzoek draagt bij tot een meer genuanceerde en daardoor meer positieve beeldvorming omtrent de tweede generatie Marokkaanse en Turkse vrouwen in Vlaanderen. Meer concreet wordt het relationeel netwerk van deze Moslimvrouwen onderzocht m.b.t. hun eigen gemeenschap en de westerse samenleving.
Door het in kaart te brengen van de sociale netwerken van 'seculier georiënteerde' en 'islamitisch georiënteerde' vrouwen wordt er meer inhoud gegeven aan een moeilijk hanteerbaar begrip als ‘integratie’. Daarenboven werd er ook nagegaan of er verschillen zijn vast te stellen tussen islamitische vrouwen in zogenaamde concentratiebuurten en in meer heterogene gebieden. Op deze manier wordt er een beter inzicht verworven in de sociaal-culturele factoren die een belangrijke verklaringsgrond kunnen bieden voor de maatschappelijke participatie van deze vrouwen.
Promotor: UFSIA
 

1997

Afremmechanismen t.a.v. vrouwen in politieke partijen

Uit de analyse van de parlementsverkiezingen van 21 mei 1995 is gebleken dat het niet volstaat het quotum van vrouwen op de lijsten te verhogen om veel vrouwelijke verkozenen te hebben. Vrouwen moeten in nuttige volgorde gerangschikt worden. Die beslissingen worden in de politieke partijen genomen. De aanwezigheid van vrouwen in de partijen moet derhalve in kaart gebracht worden en waar mogelijk verklaard worden. Vooreerst wordt de impact van statutaire voorschriften onderzocht. Maar er werd ook gepeild naar de openheid en/of de afremmechanismen die in de partijpolitieke culturen ingewerkt zitten. 
Promotor: Wilfried Dewachter (KULeuven) 

Het Vlaams Parlement, Nieuwe Politieke Cultuur en het potentieel voor een valorisering van het maatschappelijk kapitaal van vrouwen in de politieke besluitvorming

Dit onderzoek had tot doel het potentieel aan vrouwelijk maatschappelijk kapitaal in het Vlaams parlement beter te valoriseren en nader te onderzoeken. In een eerste deel werden via een literatuurstudie de randvoorwaarden in kaart gebracht die van belang geacht worden opdat vrouwen impact hebben op de politiek.  In een tweede deel werden die strategieën ter bevordering van de input van vrouwen in het beleid onderzocht die een invloed hebben op de in het eerste deel als belangrijk geïdentificeerde randvoorwaarden.In het derde deel werden ten slotte beleidsstrategieën geformuleerd om het maatschappelijk kapitaal van vrouwen in het Vlaamse parlementaire werk beter te valoriseren. 
Promotor: Alison Woodward (VUB)
Deze studie is beschikbaar onder de vorm van Wetenschappelijke Monografie 5 'Het Vlaams parlement, Nieuwe Politieke Cultuur en het potentieel voor een valorisering van het maatschappelijk kapitaal van vrouwen in de politieke besluitvorming'. 

 Functionele Regionale Databank (FRED)

Dit tweeledig onderzoek ging op zoek naar beschikbare statistische gegevens die gebruikt kunnen worden bij de uitbouw van het gelijkekansenbeleid. Over een heel breed gamma van thema's (onderwijs, welzijn, arbeid, gezin, cultuur, huisvesting,...) werd telkens een behoefteanalyse gedaan enerzijds en een aanbodanalyse anderzijds. Door beide te vergelijken konden hiaten opgespoord worden.
Recente cijfergegevens en statistieken kunnen vandaag opgevraagd worden bij de Studiedienst van de Vlaamse Regering.

Emancipatie-Effectenrapportering (EER)

Emancipatie-effectenrapportage heeft als instrument voor een gelijkekansenbeleid het voordeel dat het in principe op alle beleidsterreinen toegepast kan worden. Een goed uitgewerkt werktuig om effecten op emancipatie te anticiperen is een belangrijk en nuttig instrument in een maatschappelijk bewust beleidsproces.  
Promotor: Allison Woodward (VUB)

Huishoudelijke verdeling van arbeid: beleidsopties vanuit een emancipatorisch perspectief

De studie focust op de verdeling van betaalde arbeid in gezinnen, de verdeling van huishoudelijke arbeid in gezinnen, en de combinatie van betaalde en huishoudelijke arbeid.

naar boven

Vrouwen van middelbare leeftijd: van onzichtbaar naar onmisbaar. Een onderzoek m.b.t. hun participatie op het niveau van de middenveld- en emancipatiebewegingen, gericht op het formuleren van beleidsrelevante en sociaal-agogische implementaties. 

Van alle vrouwen in Vlaanderen behoort bijna één op vijf tot de leeftijdsgroep van 50-65 jarigen. Onder meer vanwege hun lage opleiding en de traditionele rolverdeling waarmee ze volwassen geworden zijn, is deze groep op diverse domeinen van het maatschappelijk leven ondervertegenwoordigd. Door een samenspel van demografische en gezinssociologische invloeden is deze generatie vrouwen echter op velerlei vlak een echte scharniergeneratie. In dit onderzoek wordt de participatie van deze vrouwen op het niveau van de middenveldbeweging (in casu vrouwenverenigingen en bejaardenbonden) en de emancipatiebewegingen (in casu de gemeentelijke seniorenadviesraden) geanalyseerd. Vanuit deze middenveld- en emancipatiebewegingen worden belangrijke accenten gelegd naar het welzijn-, gezondheids- en specifiek seniorenbeleid. Vermits deze groep van vrouwen hiermee in het bijzondere mate te maken heeft (als zorgverleenster en zorgvraagster) is het belangrijk dat ze erover kunnen waken dat hun belangen gehoord worden. Op basis van deze bevindingen zullen beleidsrelevante en sociaal-agogische implementaties geformuleerd worden.
Promotor: Christel Geerts (VUB)  

Nieuwe randvoorwaarden voor het emancipatiebeleid?

In dit project wordt dieper ingegaan op de gevolgen van de toenemende verscheidenheid in de maatschappelijke positie van vrouwen voor het emancipatiebeleid. Er is een vermoeden dat de verschillen tussen vrouwen niet enkel verklaard kunnen worden vanuit het perspectief van ongelijke kansen. Het vermoeden is dat er zich binnen de samenleving een nieuw emancipatiedenken ontwikkelt, waarbij het steeds moeilijker wordt om de graad van emancipatie af te lezen uit de participatie aan betaalde en onbetaalde arbeid. Het project is multidisciplinair van opzet. Het verenigt een sociologische en een (ped)agogische invalshoek.
Promotor: Magda Michielsens(UIA)
Deze studie is beschikbaar onder de vorm van Wetenschappelijke Monografie 8 'Emancipatie en taakverdeling. Nieuwe randvoorwaarden voor het emancipatiebeleid' 

Een beleidsgerichte algemene sociale survey van Vlaamse homoseksuele mannen en vrouwen

Via dit onderzoek werd een kennisbestand ontwikkeld m.b.t. die aspecten van het dagelijks leven van Vlaamse homoseksuele mannen en vrouwen die omwille van hun seksuele oriëntatie verschillen van de algemene bevolking. Dit bestand is het resultaat van een algemene sociale survey van de Vlaamse homo- en lesbiennepopulatie waarbij de klemtoon ligt op het bekomen van beschrijvende gegevens. Zo wordt er o.a. nagegaan wanneer het besef holebi te zijn ontstaat, welke problemen holebi’s ervaren met hun seksuele oriëntatie zowel in het onderwijs als in de werksfeer, of holebi’s met hun problemen terechtkunnen bij de welzijnssector, … Ook het relationeel aspect van het holebizijn en de discussie over holebi’s en kinderen worden in deze survey belicht.
Promotor: Prof. dr. John Vincke (Universiteit Gent)
De resultaten van dit onderzoek werden verwerkt in de nieuwe uitgave van de 'Smarties-brochure' : Holebi's in Vlaanderen. 

Toegankelijkheid van informatieve televisieprogramma's voor personen met een mentale handicap.

Vanuit de paradigmaverschuiving van het zorgmodel naar het ondersteuningsmodel voor personen met een (mentale) handicap is informatiedoorstroming via de 'gewone' kanalen ook naar deze personen toe essentieel. Uitgaande van de eigenwaarde van iedere persoon moet ook wat betreft het aanbod, de structuur en de inhoud van informatie het eenrichtingsverkeer van zorgverstrekkers naar zorgontvangers doorbroken worden. Toegankelijkheid krijgt in deze context die betekenis die er in de eerste plaats door de betrokkene zelf aan wordt gegeven. De bedoeling van dit onderzoek is dan ook niet alleen na te gaan welke informatie verstaanbaar is voor personen met een mentale handicap of hoe men informatie voor hen verstaanbaar kan maken, maar ook te peilen naar hun mediagedrag, hun informatiezoekgedrag, hun beoordeling van het huidige aanbod, hun behoeften t.a.v. informatie en vooral hun invulling van het begrip informatie. Televisie is een populair medium bij mentaal gehandicapten. Het lijkt dan ook aangewezen ons binnen het kader van dit onderzoek op dit medium te concentreren. Later kan de ontwikkelde methodiek verder toegepast worden op andere media of andere doelgroepen.
Promotor: Frieda Saeys en Geert Van Hove (UG)
De resultaten van dit onderzoek werden gepubliceerd in Wetenschappelijke Monografie 7 'Toegankelijkheid van informatieve televisieprogramma's voor personen met een verstandelijke handicap.' 

Ondertiteling voor prelinguaal gehoorgestoorden. 

De voornaamste doelgroep van de bestaande ondertiteling van nieuwsprogramma's zijn postlinguaal gehoorgestoorden, d.w.z. mensen die doof werden na de kritische periode van taalverwerving. Prelinguaal of vroegdoven zijn doof geboren of werden doof voor het begin van die kritische fase (± 2 jaar). De ondertiteling voor postlinguaal doven is onvoldoende aangepast aan de specifieke karakteristieken van vroegdoven. Vooral nieuwsuitzendingen blijven grotendeels ontoegankelijk, voornamelijk omwille van de aanzienlijke taalachterstand van prelinguaal doven. In dit project werd in een eerste fase experimenteel onderzoek verricht omtrent optimale ondertiteling voor vroegdoven. In een tweede fase werden de bevindingen geïmplementeerd in een aantal richtlijnen voor aangepaste ondertiteling.
Promotor: Karl Verfaillie en Géry d'Ydewalle (KUL)  

naar boven

 

1996

Arme vrouwen?!

Naar aanleiding van het Internationaal Jaar ter bestrijding van de armoede organiseerde het Steunpunt Women's Studies in samenwerking met de Nederlandstalige Vrouwenraad een studiedag over de vrouwelijke kant van armoede. De resultaten werden vervat in twee publicaties. Een eerste bevat onderzoeken waarin de aandacht uitdrukkelijk naar arme vrouwen gaat: Wat is het profiel van arme vrouwen? Welke factoren verhogen de kans om arm of bestaansonzeker te worden? Wie zijn de vrouwen achter de cijfers?. Het tweede boek laat mensen uit de praktijk aan het woord en bevat bijdragen van organisaties die werken rond vrouwen en kansarmoede.
Deze publicaties zijn te consulteren bij het RoSa documentatiecentrum.

Rolgedrag en opvoeding: waardering, verdeling en overdracht van de 'vrouwelijke zorg'

Zorg wordt meer en meer erkend als een belangrijk onderdeel van ieders bestaan. Toch zijn het vooral de vrouwen die de directe zorgtaken op zich nemen. Waarom nemen vaders de typische, zogenaamd vrouwelijke, zorgtaken in de opvoeding niet (of slechts in geringe mate) op, zelfs wanneer moeders wel taken opnemen op het sociaal-economische vlak?
Promotor: Prof.Dr. Lieve Vandemeulebroecke en Prof.Dr. Agnes De Munter (KUL), in samenwerking met Prof.Dr. Thérèse Jacobs (UIA)
Deze studie is beschikbaar onder de vorm van Wetenschappelijke Monografie 3 'Genderaspecten van zorg in de opvoeding'

De invloed van gender als variabele op de productie van de vrouw- en manbeelden in de media

De constante in "vrouwen en media"-onderzoeken is de oproep tot een grotere participatie van vrouwelijke communicatoren aan het productieproces. Men veronderstelt daarbij vaak dat een grotere deelname van vrouwen aan het productieproces ook de beeldvorming in de eindproducten ten goede zou komen. Dit werd echter nooit wetenschappelijk onderzocht. Maken vrouwelijke journalisten bijvoorbeeld anders reportages dan hun mannelijke collega's?
Promotor: Prof.Dr. Frieda Saeys, Prof.Dr. Marysa Demoor (UG)
Deze studie is beschikbaar onder de vorm van Wetenshappelijke Monografie 2 'Gezocht: M/V in het nieuws. De invloed van gender als productievariabele op de vrouw- en manbeelden in de media'

Grenzen van de constructie van gender in de media: een analyse van de maatschappelijke en ethische argumentaties i.v.m. beeldvorming (m/v) in de media

In dit onderzoeksproject werd dieper ingegaan op de maatschappelijke betekenis van beeldvorming van mannen en vrouwen. Er werd nagegaan op welke punten en op welke wijze intenties en doelstellingen van media- en beleidsmakers worden ingeperkt en gestuurd worden door belangen en verlangens van mediagebruikers.
Promotor: Prof.Dr. Magda Michielsens (UIA), Prof.Dr. Frieda Saeys (UG)
Deze studie is beschikbaar onder de vorm van Wetenschappelijke Monografie 1 'Beeldvorming M/V: diversiteit en emancipatie. Grenzen van de mediale constructie van gender.'

naar boven

ga naar recenter onderzoek